Clients, servers, printers en andere netwerkapparaten kennen net zo min de weg over het hele netwerk, als u in heel Nederland de weg kent. Hooguit in uw eigen omgeving kent u de weg echt goed. Dit geldt ook zo voor de netwerkapparaten, dat deze alleen lokaal de weg kunnen vinden zonder hulp. Dit lokale gebied is het IP subnet waarin het apparaat zich bevindt. Communicatie tussen verschillende IP subnets wordt verzorgd door een router. Op het moment dat het netwerkapparaat zijn bestemming niet kent, stuurt deze het pakketje naar een router. Dit is meestal de default gateway, dit is een instelling in de IP configuratie van het apparaat. Een router heeft in meerdere subnetten een interface (netwerkpoort). Op het moment dat verkeer op de ene interface binnenkomt wat bestemd is voor de andere interface, stuurt de router het verkeer door naar de betreffende interface.
Hoe groter het netwerk wordt, hoe aannemelijker het is dat niet alle subnetten aangesloten zijn op dezelfde router. In dat geval kan een router een verwijzing (route) hebben naar een andere router zodat bekend is waar een bepaald subnet zich bevindt. Het kan zo zijn dat je vele routers passeert voordat je het uiteindelijke doel bereikt. Dit kan statisch ingesteld worden door een beheerder, of automatisch bepaald worden door een routing protocol. Bij kleinere omgevingen is dit meestal statisch.
Op het internet wordt bijvoorbeeld op basis van dynamische protocollen bepaald waar alle subnetten zijn. Het zou ondoenlijk zijn om dit statisch in te stellen!
Relevante TechAccess productlijnen zijn: